PPWR → Begrippen en rollen

PPWR-begrippen: wie is wie, en wie betaalt?

De PPWR gebruikt woorden die in de praktijk anders klinken dan ze in de verordening betekenen. Wie “fabrikant” is, hoeft niets af te dragen; wie “producent” is wél — ook als hij niets maakt. Hieronder staan de begrippen die u nodig heeft om uw eigen positie te bepalen, met per begrip wat het betekent voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) en met het artikel erbij.

Wilt u weten welke verplichtingen daar voor uw bedrijf uit volgen? Doorloop dan de PPWR-beslisboom — die stelt dezelfde begrippen als vraag en zet uw antwoorden om in een overzicht van afdrachten en verklaringen.

Rollen in de keten

De PPWR verdeelt de keten in rollen, en aan elke rol hangen eigen plichten. U kunt er meer dan één tegelijk hebben: een drukkerij die dozen maakt en levert is fabrikant én leverancier. Twee rollen worden het vaakst door elkaar gehaald — de fabrikant draagt de documentatie, de producent draagt de afdracht.

Producent (UPV)

Wie verpakkingen of verpakte producten voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat aanbiedt, of daar verpakte producten uitpakt zonder eindgebruiker te zijn.

Producentschap wordt per lidstaat bepaald, en de definitie kent vijf situaties (zie de tabel hieronder). De kern: voor lége verzend-, service- en primaireproductieverpakking is de leverancier de producent; voor alle andere verpakkingssoorten degene die het verpákte product als eerste aanbiedt. Levert u over de grens rechtstreeks aan eindgebruikers, dan bent u producent in het land van uw afnemer. Verkoopt uw afnemer daar door, dan is hij het.

Voor de UPV: Dit is de rol waaraan de hele uitgebreide producentenverantwoordelijkheid hangt: registratie in elke betrokken lidstaat (artikel 44) en de financiële bijdrage (artikel 45). Een andere rol hebben — fabrikant, distributeur, leverancier — brengt op zichzelf géén afdracht mee.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 15); artikelen 44 en 45

Fabrikant

Wie verpakkingen of verpakte producten vervaardigt, of ze onder zijn eigen naam of handelsmerk laat ontwerpen of vervaardigen.

De naam of het handelsmerk is de voorwaarde, niet de opdracht of de tekening: laat u dozen naar uw eigen specificatie maken maar komen ze onder de naam van de maker in de handel, dan blijft hij de fabrikant. Een logo op de verpakking is niet vereist — artikel 15, lid 6 laat de fabrikantsnaam ook via een QR-code of een begeleidend document toe. Praktische toets: onder wiens naam komt de verpakking in de handel, en wie ondertekent de conformiteitsverklaring? Wie zijn eigen producten verpakt is ook fabrikant, want hij maakt een verpakt product.

Voor de UPV: Fabrikant zijn betekent op zichzelf geen afdracht. Het betekent de zwaarste documentatieplicht: conformiteitsbeoordeling, technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 13); artikel 15

Leverancier

Wie verpakkingen of verpakkingsmateriaal levert aan een fabrikant.

De definitie noemt beide: kant-en-klare lege verpakking (dozen, kisten, flessen, folie op rol) én grondstof of halffabricaat (papier, karton, inkt, lijm, laminaat). Fabrikant en leverancier sluiten elkaar niet uit — een drukkerij maakt de doos én levert haar aan de partij die haar vult. De leverancier moet de fabrikant alle informatie en documentatie geven die deze nodig heeft om de conformiteit aan te tonen.

Voor de UPV: Levert u lége verzend-, service- of primaireproductieverpakking, dan ligt de afdracht bij ú en niet bij uw afnemer. Voor lege verkoop- en verzamelverpakking is het andersom: dan is de partij die haar vult de producent.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 16); artikel 16

Importeur

Een in de Unie gevestigde partij die verpakkingen of verpakte producten uit een derde land in de handel brengt.

De vestigingseis staat in de definitie zelf: wie buiten de Unie zit kan geen importeur zijn — dat is dan zijn afnemer in de EU. De importeur controleert of de fabrikant zijn werk heeft gedaan (beoordeling, documentatie, etikettering, contactgegevens), zet zijn eigen naam en postadres erbij en houdt een kopie van de EU-conformiteitsverklaring beschikbaar. Twijfelt hij aan de conformiteit, dan brengt hij niet in de handel.

Voor de UPV: Importeren maakt u meestal ook producent, want u biedt de verpakking als eerste in een lidstaat aan. De twee rollen blijven wel gescheiden: de importeurplichten gaan over conformiteit, de UPV over registratie en bijdrage.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 17); artikel 18

Distributeur

Wie verpakkingen op de markt aanbiedt zonder fabrikant of importeur te zijn.

Anders dan bij de importeur kent de definitie geen vestigingseis: ook een verkoper van buiten de Unie die hier aanbiedt is distributeur. Vóór het aanbieden gaat u na dat de verpakking het vereiste etiket draagt, dat de gegevens van fabrikant en importeur erop staan en — belangrijk — dát de producent op wie de UPV rust in het producentenregister staat. Dat is een controle op registratie, niet op betaling.

Voor de UPV: Doorverkopen binnen dezelfde lidstaat maakt u geen producent: dat was uw leverancier al. Het register is kosteloos, openbaar en doorzoekbaar, juist zodat u die controle zelf kunt doen.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 18); artikel 19; artikel 44, lid 13

Einddistributeur

Wie verpakte producten levert aan de eindgebruiker — een winkel, een horecazaak, een webshop, maar ook een groothandel die aan gebruikers levert.

Aan deze rol hangen de plichten die de gebruiker raken: navulling en hergebruik, het aanbod van herbruikbare verpakking in de horeca- en afhaalsector, en de terugname van drankverpakking. De zwaarste eisen gelden bij levering aan consumenten.

Voor de UPV: Einddistributeur zijn zegt niets over de afdracht. Bood u het product zelf als eerste in dat land aan, dan bent u daarnaast producent; verkoopt u ingekochte producten door, dan niet.

Bron: Artikel 3, lid 1, punten 21) en 23); artikelen 28, 29, 32 en 33

Eindgebruiker en consument

De eindgebruiker gebruikt of verwerkt het product zelf en verkoopt het niet in dezelfde vorm door. Ook een zakelijke afnemer kan dat zijn.

Zakelijk leveren is dus géén vrijstelling: een bedrijf dat uw folie op zijn eigen product verwerkt of uw machine in de kist gebruikt, is eindgebruiker. Wat hij daarna met de verpakking doet — hergebruiken, weggooien, bij het oud papier zetten — doet er niet toe. De consument is de eindgebruiker die niet handelt in het kader van een bedrijf of beroep; een deel van de eisen (navulling, hergebruik, dranken) geldt alleen jegens hem.

Voor de UPV: Het onderscheid bepaalt of u bij levering naar een andere lidstaat daar producent wordt: rechtstreeks aan eindgebruikers wel, aan een partij die het doorverkoopt niet.

Bron: Artikel 3, lid 1, punten 21) en 23)

Fulfilmentdienstverlener

Wie namens anderen opslaat, verpakt, adresseert of verzendt zonder eigenaar van de goederen te zijn.

De fulfilmentpartij is zelf marktdeelnemer met eigen verplichtingen. Zij mag haar diensten pas verlenen nadat de opdrachtgever zijn registratienummer en zelfcertificering heeft aangeleverd, en moet de dienstverlening opschorten als die informatie onjuist of onvolledig blijkt en niet wordt hersteld.

Voor de UPV: Zij neemt de afdracht van haar opdrachtgever niet over, maar controleert wel diens UPV-status — net als een online platform.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 12); artikelen 20 en 45

Gemachtigd vertegenwoordiger voor de UPV

De partij die u aanwijst in een lidstaat waar u producent bent maar niet gevestigd.

Levert u vanuit Nederland rechtstreeks aan eindgebruikers in Duitsland, dan bent u daar producent en wijst u er een gemachtigd vertegenwoordiger aan die de registratie en de afdracht namens u regelt. In een lidstaat waar u zelf een vestiging heeft, hoeft dat niet. Zit u volledig buiten de EU, dan geldt het voor elke lidstaat waar u aanbiedt.

Voor de UPV: Dit is de enige EU-verankering die voor u verplicht kán zijn. Verwar haar niet met de gemachtigde voor de conformiteit hieronder: dat is een ander mandaat, en dat is vrijwillig.

Bron: Artikel 45, lid 3; artikel 3, lid 1, punten 15), c) en d) en 20)

Gemachtigde van de fabrikant

Een vrijwillig mandaat waarmee een fabrikant taken rond de conformiteit laat waarnemen.

De fabrikant kan schriftelijk iemand machtigen om de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie te bewaren en op verzoek aan de autoriteiten te verstrekken, en om met hen samen te werken. Opstellen mag de gemachtigde ze niet — dat blijft het werk van de fabrikant. Verplicht is dit mandaat niet.

Bron: Artikel 17, leden 1 en 2; artikel 3, lid 1, punten 19) en 20)

Producentenorganisatie

De organisatie die de UPV-verplichtingen van aangesloten producenten collectief uitvoert — in Nederland Verpact.

U mag een goedgekeurde organisatie uw verplichtingen laten uitvoeren; lidstaten mogen dat zelfs verplicht stellen. Zij neemt dan ook de registratie en de opgave over. Via de organisatie loopt daarnaast de voorlichting aan eindgebruikers over preventie, hergebruik, gescheiden inzameling en de betekenis van de etiketten.

Voor de UPV: Aansluiten ontslaat u niet van de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens die u aanlevert.

Bron: Artikel 46, lid 1; artikel 44, lid 2; artikel 55

Marktdeelnemer

Verzamelbegrip voor iedereen in de keten: fabrikant, leverancier, importeur, distributeur, einddistributeur en fulfilmentdienstverlener.

Sommige plichten hangen niet aan één rol maar aan iedereen. De belangrijkste is de traceerbaarheid: op verzoek van de markttoezichtautoriteit moet u kunnen aanwijzen welke marktdeelnemers ú verpakking hebben geleverd, en aan welke marktdeelnemers u zelf hebt geleverd.

Bron: Artikel 22, leden 1 en 2

De UPV in de praktijk

De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is het financiële spoor van de PPWR. Zij loopt via nationale registers en producentenorganisaties, staat los van de producteisen, en raakt alleen wie producent is.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)

Het beginsel dat wie een verpakking op de markt brengt, meebetaalt aan de inzameling en verwerking ervan.

In het Engels heet dit EPR (extended producer responsibility), in het Duits erweiterte Herstellerverantwortung. De PPWR legt de plicht vast; hoogte en inning zijn nationaal geregeld en verschillen dus per lidstaat.

Voor de UPV: Twee dingen horen erbij en worden vaak vergeten: registratie is onvoorwaardelijk, ook als voor uw verpakking nationaal geen bijdrage geldt, en de opgave doet u per lidstaat.

Bron: Artikelen 44, 45 en 46

Producentenregister

Het nationale register waarin elke producent zich per lidstaat inschrijft.

Zolang u niet geregistreerd bent, mag u in dat land niets aanbieden. Wijzigingen in uw gegevens en het definitief stoppen meldt u onverwijld. De lidstaten bieden de lijst kosteloos, openbaar, doorzoekbaar en machineleesbaar aan, zodat afnemers uw registratie kunnen controleren.

Voor de UPV: Vraag bij een nieuwe leverancier eenmalig om zijn registratienummer, leg het vast bij de leveranciersgegevens en loop het periodiek na — bijvoorbeeld in dezelfde ronde als uw leveranciersbeoordeling.

Bron: Artikel 44, leden 2, 4, 12 en 13; bijlage IX, deel A

Afvalbeheersbijdrage

De financiële bijdrage die de producent betaalt voor inzameling, sortering en verwerking van zijn verpakkingen.

De PPWR voegt twee kostenposten toe: de etikettering van de inzamelbakken en het onderzoek naar de samenstelling van gemengd stedelijk afval. De tarieven zelf zijn nationaal.

Voor de UPV: Kent uw land een uitzondering voor bepaalde verpakkingen — in Nederland de logistieke hulpmiddelen — dan raakt die alleen de bijdrage. Registratie en opgave blijven gelden.

Bron: Artikel 45, leden 1 en 2

Jaaropgave

De jaarlijkse melding van hoeveel verpakking u op de markt bracht, uiterlijk op 1 juni.

U meldt het gewicht per verpakkingscategorie van tabel 1 van bijlage II — de combinatie van hoofdmateriaal en verpakkingssoort, bijvoorbeeld papier en karton apart van karton voor vloeistoffen. Blijft u onder de tien ton in een lidstaat, dan volstaat de beknopte opgave per materiaal: glas, kunststof, papier en karton, ferrometalen, aluminium, hout en overig. Lidstaten mogen de opgave laten certificeren door een onafhankelijke auditor en mogen een kwartaalopgave vragen.

Voor de UPV: Dit is de eis die uw administratie bepaalt: uw verpakkingenadministratie moet gewichten per categorie kunnen opleveren, niet alleen totalen per factuur.

Bron: Artikel 44, leden 7, 8 en 9; bijlage IX, deel B; bijlage II, tabel 1

Ecomodulatie

Het differentiëren van de bijdrage naar de recyclebaarheid van de verpakking.

Slecht recyclebare verpakking wordt duurder. Dat gaat in achttien maanden nadat zowel de gedelegeerde handelingen (uiterlijk 1 januari 2028) als de uitvoeringshandelingen (uiterlijk 1 januari 2030) in werking zijn getreden — reken dus op ná 2030. Lidstaten mogen de bijdrage daarnaast afstemmen op het percentage recyclaat in kunststof verpakking.

Voor de UPV: Hiermee wordt verpakkingsontwerp een directe kostenpost: de keuze voor een materiaal, lijm of etiket van vandaag bepaalt uw tarief van straks.

Bron: Artikel 6, lid 8; artikel 7, lid 7; bijlage II, tabel 3

Statiegeld

Een verplicht retoursysteem voor kunststof drankflessen en metalen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik tot en met drie liter.

Lidstaten moeten uiterlijk 1 januari 2029 een systeem hebben dat 90 gewichtsprocent gescheiden inzamelt. U sluit aan in elk land waar u die verpakkingen aanbiedt, met de bijbehorende markering en administratie. Buiten de plicht vallen onder meer wijn en vergelijkbare vergiste dranken, gedistilleerd en melk en zuivel; glas en drankenkartons vallen sowieso buiten deze twee formaten.

Bron: Artikel 50, leden 1, 2, 4, 5 en 11; bijlage X

Zelfcertificering aan platform en fulfilment

De verklaring waarmee u tegenover een marktplaats of fulfilmentpartij bevestigt dat u aan de UPV-eisen voldoet.

Een online platform mag u pas toelaten nadat u uw registratienummer in het land van de consument hebt aangeleverd én hebt verklaard dat u daar alleen verpakkingen aanbiedt waarvoor aan de UPV is voldaan. Het platform beoordeelt die informatie op volledigheid en betrouwbaarheid; uw fulfilmentpartij vraagt hetzelfde bij het sluiten van het contract.

Voor de UPV: Dit is in de praktijk de plek waar een ontbrekende registratie het eerst pijn doet: geen nummer, geen verkoopkanaal.

Bron: Artikel 45, leden 4, 6, 7 en 8

Logistieke hulpmiddelen (nationale invulling)

De Nederlandse categorie waaronder pallets, kratten, rolcontainers en soortgelijke dragers vallen.

Onder de PPWR zijn pallets gewoon verzendverpakking met volledige UPV; de verordening kent hier geen vrijstelling. In Nederland behandelt Verpact ze als logistieke hulpmiddelen: de vorm bepaalt het, niet het materiaal of het gebruik. Meermalig gebruik betekent geen aangifte en geen bijdrage, eenmalig gebruik wel aangifte maar geen heffing. De lijst is limitatief en bevat onder meer pallets, kratten vanaf 8 liter (een open houten kist telt als krat), dozen vanaf 1 m³ binnenmaat (een gesloten houten machinekist), big bags vanaf 250 liter en kernen of haspels vanaf 50 cm.

Voor de UPV: Dit is nationale praktijk, geen EU-regel. Andere lidstaten kennen haar niet, en de ecomodulatie van artikel 6, lid 8 garandeert niet dat het nultarief na 2030 blijft.

Bron: Nationale invulling — Verpact, Lijst Logistieke Hulpmiddelen en Stappenplan; PPWR artikel 3, lid 1, punt 15), a) en artikel 45

Wat is verpakking, en van welke soort

Bijna elke verplichting hangt aan de soort verpakking, niet aan het materiaal. Bepaal de soort daarom per verpakking, naar de functie die zij vervult — en let op de randen van het begrip.

Verpakking

Alles wat bedoeld is om een product te bevatten, te beschermen, te behandelen, af te leveren of aan te bieden.

Ook een hulpstuk dat rechtstreeks aan het product hangt of eraan bevestigd is en een verpakkingsfunctie vervult, telt mee: een hanglabel aan een kledingstuk is verpakking, een ingenaaid etiket dat de hele levensduur blijft zitten niet. Een etiket of sticker rechtstreeks op een onverpakt product — een barcode op gereedschap, een sticker op fruit — is óók verpakking. Bijlage I geeft de voorbeelden en de tegenvoorbeelden: een kern of haspel waar folie omheen zit is verpakking, een gereedschapskoffer of een plantenpot die bij de plant blijft niet.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 1); bijlage I

Verkoopverpakking

Vormt de verkoopeenheid voor de eindgebruiker op het verkooppunt.

De doos, fles of zak waarin het product wordt gekocht — en ook de kern, haspel of rol waaromheen uw folie, kabel of papier is gewikkeld: die gaat met het product mee naar de klant. Een kist of pallet waarin een product wordt vervoerd is géén verkoopverpakking, ook niet als uw klant de kist koopt.

Voor de UPV: Voor verkoopverpakking is de partij die het verpakte product als eerste aanbiedt de producent — niet de leverancier van de lege verpakking.

Bron: Artikel 3, lid 1 (definities); bijlage I

Verzamelverpakking

Groepeert een aantal verkoopeenheden tot één voorraad- of schapeenheid.

Een omdoos, een tray, krimpfolie om zes flessen. Kenmerkend is dat zij kan worden verwijderd zonder het product aan te tasten.

Voor de UPV: Net als bij verkoopverpakking ligt de afdracht bij wie het verpakte product als eerste aanbiedt.

Bron: Artikel 3, lid 1 (definities); bijlage I

Verzendverpakking

Vergemakkelijkt hantering en vervoer en voorkomt schade onderweg.

Pallets, houten kisten, kratten, trays, vaten, wikkelfolie en omsnoeringsbanden. Weg-, spoor-, scheeps- en luchtvrachtcontainers vallen erbuiten, en de kern of haspel waarop uw product is gewikkeld is verkoopverpakking. Gaat de verzenddoos bij een online verkoop naar de eindgebruiker, dan is het e-commerceverpakking.

Voor de UPV: Voor lége verzendverpakking ligt de afdracht bij de leverancier die haar als eerste levert, niet bij u die haar vult of gebruikt. Vraag hem om zijn registratienummer.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 15), a); bijlage I

E-commerceverpakking

De verzenddoos waarin een online besteld product de eindgebruiker bereikt.

Juridisch een vorm van verzendverpakking, maar met eigen regels: het sorteeretiket geldt hier wél, en de grens aan lege ruimte ook.

Bron: Artikel 3, lid 1 (definities); artikel 12, lid 1; artikel 24

Service- of afhaalverpakking

Wordt op het verkooppunt gevuld om het product te overhandigen.

Een koffiebeker, een patatbakje, een broodzak.

Voor de UPV: Voor lége serviceverpakking ligt de afdracht bij de leverancier, net als bij verzendverpakking.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 15), a); bijlage I

Primaire productieverpakking

Verpakking voor onbewerkte producten rechtstreeks van het land, de boerderij of de zee.

Geoogste groente en fruit, melk, eieren, verse vis — denk aan de oogstkist of de viskist. Zodra het product is bewerkt of voor de consument is verpakt, is de verpakking eromheen geen primaire productieverpakking meer.

Voor de UPV: Ook hier ligt de afdracht voor de lége verpakking bij de leverancier.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 15), a); bijlage I

Herbruikbare verpakking

Ontworpen en in de handel gebracht om meerdere omlopen te maken, herstelbaar en zonder schade te legen.

Het ontwerp beslist, niet of u de verpakking terugkrijgt: een EPAL-pallet blijft herbruikbaar, ook als uw klant hem nooit terugstuurt. Een dunne eenmalige pallet is dat niet. Herbruikbaarheid is een eigenschap naast de soort, geen soort op zichzelf, en zij moet met negen voorwaarden in de technische documentatie worden onderbouwd — zonder die onderbouwing is “herbruikbaar” juridisch niets.

Voor de UPV: De bewaartermijn van het dossier is tien jaar in plaats van vijf, en herbruikbare verpakking telt mee voor de hergebruikdoelen van artikel 29.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 28); artikel 11, leden 1, 2 en 3; bijlage VI

Samengestelde verpakking

Verpakking van meer materialen die niet met de hand te scheiden zijn, waarbij het bijkomende materiaal meer dan 5% van de massa uitmaakt.

De twee voorwaarden gelden cumulatief. Een drankenkarton is samengesteld; de spijkers in een pallet of kist blijven ruim onder de 5% en maken de verpakking dus niet samengesteld. Etiketten, lak, verf, inkt en lijm tellen nooit mee. “Samengesteld” is een eigenschap, geen materiaalcategorie: de verpakking blijft ingedeeld op haar hoofdmateriaal.

Voor de UPV: De indeling bepaalt uw jaaropgave — per verpakkingscategorie van tabel 1 van bijlage II — en uw recyclebaarheidsklasse.

Bron: Artikel 3, lid 1, punt 24); artikel 44, leden 7 en 8; bijlage II, tabel 1

Geïntegreerde en afzonderlijke onderdelen

Delen die aan de verpakking vastzitten of ervan loskomen: een dop, een deksel, een wikkel, een tuit.

Onderdelen worden apart of samen met de verpakking beoordeeld, en mogen de recyclebaarheid van het hoofdmateriaal niet schaden. Let op de kunststof dop op een glazen fles of een kartonnen pak: die valt onder de recyclaateis van artikel 7, tenzij het kunststof minder dan 5% van het gewicht van de verpakkingseenheid uitmaakt.

Bron: Artikel 3, lid 1, punten 43) tot en met 45); artikel 6, lid 9; artikel 7, lid 5

Producteisen en documenten

Het tweede spoor van de PPWR staat los van de afdracht: de verpakking zelf moet aan eisen voldoen en u moet dat kunnen aantonen. Er komt geen keuringsinstantie aan te pas en er is geen CE-markering — u verklaart het zelf, en de toezichthouder controleert risicogericht.

Op de markt aanbieden en in de handel brengen

“In de handel brengen” is de eerste keer dat een verpakking op de Uniemarkt beschikbaar komt; “op de markt aanbieden” is elke levering daarna.

Beide begrippen zijn uitdrukkelijk tot de Uniemarkt beperkt. Wat u buiten de EU exporteert valt daarom buiten de PPWR — op voorwaarde dat u die stroom in uw verpakkingenadministratie kunt scheiden.

Voor de UPV: De UPV knoopt aan een derde begrip: voor het eerst aanbieden op het grondgebied van één lidstaat. Daarom is producentschap een vraag per land.

Bron: Artikel 3, lid 1, punten 9) en 10)

Conformiteitsbeoordeling (module A)

De interne productiecontrole die de fabrikant doorloopt vóórdat hij verpakking in de handel brengt.

U stelt technische documentatie samen: een beschrijving van de verpakking en het beoogde gebruik, tekeningen en materiaalgegevens, de toegepaste normen, de beoordelingen van recyclebaarheid, minimalisering en waar van toepassing herbruikbaarheid, testverslagen en een risicoanalyse. Geen aangemelde instantie, geen CE-markering. Vraagt een autoriteit erom, dan levert u de documentatie binnen tien dagen.

Bron: Artikel 38; artikel 15, leden 2 en 10; bijlage VII

EU-conformiteitsverklaring

De verklaring waarmee de fabrikant per verpakkingssoort de verantwoordelijkheid voor de conformiteit op zich neemt.

Zij volgt het model van bijlage VIII, heeft geen geldigheidsduur en wordt actueel gehouden: bij een wijziging van ontwerp, materiaal of norm beoordeelt u opnieuw. Een gemachtigde mag haar bewaren en verstrekken, maar niet opstellen. Technische documentatie en verklaring bewaart u vijf jaar bij eenmalige verpakking en tien jaar bij herbruikbare.

Bron: Artikel 39; artikel 15, lid 3; artikel 17, lid 2; bijlage VIII

Recyclebaarheid en recyclebaarheidsklasse

Ontworpen voor recycling, met vanaf 2030 een prestatieklasse A, B of C.

Dat alle verpakking recyclebaar moet zijn geldt sinds 12 augustus 2026 als beginsel. De klasse-eis komt later: vanaf 1 januari 2030 — of 24 maanden na de gedelegeerde handelingen, als dat later is — alleen nog klasse A, B of C; vanaf 1 januari 2038 alleen nog A of B. Vanaf 2035 telt daarnaast mee of de verpakking op grote schaal wordt gerecycled, met een drempel van 30% voor hout en 55% voor de andere materialen.

Voor de UPV: Dit is de eis met de langste voorbereidingstijd én de eis waaraan straks uw tarief hangt.

Bron: Artikel 6, leden 1, 2, 3 en 9; artikel 3, lid 1, punt 39); bijlage II

Recyclaatgehalte

Het verplichte minimumpercentage gerecycled materiaal in kunststof verpakking.

De percentages gaan in per 1 januari 2030 en lopen op naar 2040; ze verschillen per verpakkingssoort. Kunststof dat minder dan 5% van het gewicht van de verpakkingseenheid uitmaakt valt erbuiten. Voor een aantal productgroepen — onder meer geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en zuigelingenvoeding — geldt de eis niet, maar die uitzondering hangt aan het product en niet aan de verpakking.

Bron: Artikel 7, leden 1, 2, 4, 5 en 6

Minimalisering en lege ruimte

Verpakking mag niet zwaarder, groter of leger zijn dan functioneel nodig.

Per 12 februari 2028 moet elke verpakking tot het functionele minimum in gewicht en volume beperkt zijn; valse bodems en misleidende dubbele wanden zijn dan verboden, waarbij herbruikbaarheid als functie meeweegt. Voor verzamel-, verzend- en e-commerceverpakking komt daar per 1 januari 2030 een harde grens bij: maximaal 50% lege ruimte, waarbij opvulmateriaal als lege ruimte meetelt.

Bron: Artikel 10; artikel 24; bijlage IV

Sorteeretiket

Het geharmoniseerde pictogram over de materiaalsamenstelling, zodat de eindgebruiker kan sorteren.

Verplicht vanaf 12 augustus 2028, of 24 maanden na de uitvoeringshandelingen als dat later is. Het geldt níet voor verzendverpakking tussen bedrijven en niet voor verpakking onder een statiegeldsysteem — een pallet of transportkist krijgt dus geen sorteeretiket — maar wél voor e-commerceverpakking. Voorraad die vóór de ingangsdatum is gemaakt mag nog drie jaar zonder etiket worden aangeboden. Herbruikbare verpakking krijgt daarnaast een eigen etiket met QR-code.

Bron: Artikel 12, leden 1, 2, 3, 5, 6, 7, 11 en 12

Traceerbaarheid

Kunnen aanwijzen van wie u verpakking kreeg en aan wie u leverde.

Op verzoek van de markttoezichtautoriteit noemt u uw leveranciers en uw afnemers. Voor uw leveranciers schrijft de wet een termijn voor: vijf jaar bij eenmalige verpakking en tien jaar bij herbruikbare, gerekend vanaf de levering. Deze plicht geldt voor élke marktdeelnemer, ook als u verder niets hoeft te verklaren.

Bron: Artikel 22, leden 1 en 2

Systeem voor hergebruik en hergebruikdoelen

De organisatie achter herbruikbare verpakking, en de percentages die vanaf 2030 gehaald moeten worden.

Wie herbruikbare verpakking aanbiedt, zorgt dat er een systeem is dat aan bijlage VI voldoet — met retour, reiniging en herstel — en wie eraan deelneemt, houdt zich aan de regels en bevestigt dat schriftelijk. Vanaf 1 januari 2030 gelden doelen voor het gebruik van herbruikbare transportverpakking, met vrijstellingen voor onder meer gevaarlijke goederen en voor zeer kleine ondernemingen.

Bron: Artikelen 11, 26, 27 en 29; bijlage VI

Zorgwekkende stoffen en de 100 mg/kg-grens

De som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom mag niet hoger zijn dan 100 mg/kg.

Drie dingen gaan hier vaak mis. Het is een sómgrens: 60 mg/kg lood plus 60 mg/kg cadmium is te veel. Zij geldt ook per verpakkingsónderdeel: chroom(VI)-passivering op spijkers telt op de spijker en mag niet worden weggemiddeld over het palletgewicht. En precies 100 mg/kg mag, 100,5 niet. Een generieke REACH-verklaring van uw leverancier volstaat niet; de naleving moet in uw eigen technische documentatie worden aangetoond.

Bron: Artikel 5, leden 1, 4, 6 en 8; bijlage VII, punt 2

Wie is de producent? De vijf situaties van punt 15

De definitie van “producent” is het scharnier van de hele UPV, en zij wijst per situatie iemand anders aan. Loopt u haar op uw eigen keten na, houd dan deze volgorde aan: a) en b) gaan over uw thuismarkt, c) en d) over levering naar een andere lidstaat, en e) is een restbepaling die pas geldt als niemand anders al producent is.

SituatieProducent is
a)Lége verzend-, service- of primaireproductieverpakking, ook herbruikbare, die voor het eerst in een lidstaat wordt aangeboden.De in die lidstaat gevestigde partij die de verpakking als eerste levert — dus uw leverancier van dozen, pallets en kratten, niet u die haar vult.
b)Alle andere verpakkingssoorten: verpakte producten die voor het eerst in een lidstaat worden aangeboden.De in die lidstaat gevestigde partij die het verpakte product als eerste aanbiedt — de vuller, de merkeigenaar of de importeur.
c)Levering vanuit een andere lidstaat rechtstreeks aan eindgebruikers in dat land, ook via een online marktplaats.U, in het land van uw afnemer — met een gemachtigd vertegenwoordiger als u daar geen vestiging heeft.
d)Hetzelfde vanuit een derde land: levering rechtstreeks aan eindgebruikers in een lidstaat.U, in dat land. Verkoopt uw afnemer daar door, dan is hij de producent en niet u.
e)Verpakte producten uitpakken zonder eindgebruiker te zijn — herverpakken, ompakken of de verpakking zelf afvoeren.De uitpakker, maar alleen als niemand op grond van a) tot en met d) al producent is. Dit is een restbepaling; controleer eerst het registratienummer van uw leverancier.

Producentschap wordt per lidstaat bepaald: u kunt in Nederland producent zijn en in Duitsland niet, voor dezelfde verpakking. En de ene verpakkingsstroom kan anders uitpakken dan de andere — voor de pallets van uw leverancier bent u geen producent, voor de doos om uw eigen product wel.

Weten welke begrippen op ú van toepassing zijn?

De beslisboom loopt dezelfde begrippen langs aan de hand van uw eigen situatie, en zet ze om in een overzicht van afdrachten en verklaringen — met per punt het artikel. Liever eerst even overleggen? Neem gerust contact op.